Er was eens een rups die zich eenzaam voelde.
De reden hiervoor was omdat ze de andere rupsen veel mooier vond dan zichzelf.
Ze hadden allemaal mooie kleuren. De één had rode strepen op zijn rug en weer een ander was zo mooi lichtgroen dat het wel leek alsof ze licht gaf.
Vergeleken de andere rupsen was zij maar een doodgewone, saaie, kleurloze rups. Geen wonder dat de rest niet met haar wilde spelen.
Aan de ene kant vond ze dit juist wel prettig. Zo viel ze niet zo op, want ze werd heel vaak gepest .
Zolang ze niet opviel kon ze haar eigen gang gaan.
Het liefst zou ze zichzelf onzichtbaar maken.
Aan de andere kant had ze ook behoefte aan aandacht en liefde en vond ze het juist vreselijk dat ze voor de rest onzichtbaar was, en dat ze geen aandacht aan haar schonken.
Waarom vroegen ze haar niet om mee te spelen? Ze zocht de schuld bij zichzelf, zij was tenslotte de persoon die ze pestte en waar ze niets mee deelde dus dan moest het wel aan haar liggen.
Steeds wanneer ze in de spiegel keek werd ze verdrietig en dacht ze “waarom ben ik anders en niet net zo mooi als de andere rupsen? Waarom krijg ik geen liefde en aandacht terwijl de andere rupsen altijd gezellig met elkaar spelen?
Hoe vaker ze in de spiegel keek en hoe meer ze werd gepest, des te onzeker ze werd over zichzelf en kroop ze verder in haar schulp. Ze trok zich terug op de achtergrond zodat ze niet zou opvallen en tenslotte maakte ze een cocon om zich heen.
Eindelijk had ze rust. Ze genoot van het geborgen gevoel dat de cocon haar gaf.
Het niet meer achterom te hoeven kijken of de andere haar wilde pesten.
Het niet meer op haar tenen te hoeven lopen en haar best te hoeven doen, zodat de andere niets hadden waarover ze haar konden pesten. Of zo goed haar best te willen doen om er voor te zorgen dat ze haar misschien toch aardig zouden gaan vinden of misschien wel trots op haar zouden zijn.
Teruggetrokken in haar cocon keek ze terug op haar verleden. En wat ze zag beviel haar allerminst. En ook al werd ze, nu ze in haar cocon zat niet meer gepest, hier werd ze ook niet gelukkig van.
Uiteindelijk wilde ze diep van binnen aandacht en liefde van andere. Ze wilde dit niet langer en besloot het anders aan te gaan pakken. Diep van binnen wist ze dat ze mooi was en dat ze niet op de andere rupsen hoeft te lijken om mooi te zijn. Ook zij heeft haar mooie kanten en teruggetrokken in haar cocon was ze vastbesloten om dat naar buiten te laten stralen.
Ze leerde van zichzelf houden met al haar gebreken. Ze besefte dat juist, doordat ze anders was dan de andere, eigenlijk heel bijzonder was. Ze begon te stralen en te stralen en op een dag verzamelde ze al haar energie bij elkaar en kroop langzaam uit haar cocon. Om vervolgens te groeien en te stralen als een prachtige mooie vlinder. Die trots is op wie ze geworden is.
Iedereen heeft zo zijn mooie kanten en kan dit naar buiten uitstralen zolang je maar in jezelf gelooft.
Met dank aan het delen van jouw verhaal , © S. – anoniem